Annemiek te Kiefte Annemiek te Kiefte

Blijkens artikel 20 Faillissementswet omvat een faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar (gefailleerde) ten tijde van de faillietverklaring, alsmede hetgeen de schuldenaar gedurende het faillissement verwerft. Het Gerechtshof Amsterdam heeft met zijn uitspraak van 12 maart 2015 nadere invulling gegeven aan het begrip “verwerven”.

Een faillissement is een algeheel gerechtelijk beslag op het vermogen van de schuldenaar (gefailleerde) ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar. Door het faillissement verliest de schuldenaar van rechtswege het beheer en de beschikking over zijn tot het faillissement behorende vermogen (artikel 23 Faillissementswet).

Artikel 20 Faillissementswet geeft aan wat tot het vermogen van de schuldenaar behoort dat voor uitwinning beschikbaar is. Het vermogen als hiervoor bedoeld bestaat alleen uit de actieve vermogensbestanddelen. Hiermee worden bedoeld de activa die te gelde kunnen worden gemaakt. De faillissementsboedel omvat dan ook het gehele vermogen van de schuldenaar ten tijde van de faillietverklaring. Derhalve alle goederen van de schuldenaar. Ook al hetgeen de schuldenaar gedurende zijn faillissement verwerft valt in de faillissementsboedel.

In de zaak die tot het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 12 maart 2015 heeft geleid  vorderde de curator van een natuurlijk persoon terugbetaling aan de boedel van een bedrag ad € 640.000,00 van de bestuurder van een vennootschap. Deze bestuurder zou gefailleerde volledig vrij hebben gelaten in zijn doen en laten binnen de vennootschap waardoor gefailleerde via de vennootschap privéinkomen kon generen dat buiten de faillissementsboedel werd gehouden, terwijl gefailleerde op papier (formeel) geen bevoegdheden had binnen de vennootschap. Gefailleerde zou op deze manier er voor hebben gezorgd dat uit het vermogen van de vennootschap voor een bedrag ad € 640.000,00 betalingen zijn gedaan aan familieleden van gefailleerde en aan een aantal privé crediteuren van gefailleerde, terwijl deze bedragen als inkomen van gefailleerde moeten worden aangemerkt en aan de faillissementsboedel hadden moeten toekomen.

Het Gerechtshof stelt vast dat het bedrag ad € 640.000,00 niet tot het vermogen van gefailleerde behoorde toen hij failliet werd verklaard, zodat, willen de bedragen tot het vermogen van gefailleerde worden gerekend, het er dus om gaat of de betaalde bedragen en de rol van gefailleerde daarin juridisch aan te duiden zijn als het tijdens het faillissement verwerven van € 640.000,00 door gefailleerde.

Gelet op het feit dat de tekst van artikel 20 Faillissementswet het begrip “verwerven” niet definieert, uit de Memorie van Toelichting op artikel 20 Faillissementswet en de Parlementaire Geschiedenis niet blijkt van een bijzondere betekenis van dit begrip en jurisprudentie die kan worden beschouwd als richtinggevend voor dit geval ontbreekt is het Hof van oordeel dat aangesloten dient te worden bij de normale betekenis van het begrip “verweven”. Er dient aangesloten te worden bij de betekenis in het (civiele) recht en in het algemene spraakgebruik, met inachtneming van enerzijds het doel van de bepaling en anderzijds de eisen van rechtszekerheid, die tot een duidelijke begrenzing nopen. “Verwerven” is dan ook volgens het Hof gelijk te stellen met (in eigendom) verkrijgen.

Nu de bedragen van in totaal een bedrag ad € 640.000,00 niet daadwerkelijk, rechtstreeks, aan gefailleerde zijn voldaan en tevens niet indirect aan gefailleerde zijn betaald heeft gefailleerde de betreffende bedragen niet tijdens het faillissement (in eigendom) verworven en vallen zij niet in de faillissementsboedel. Dat en in hoeverre de betalingen positieve effecten voor gefailleerde hebben gehad maakt volgens het Hof geen verschil voor de vraag of de gelden tot de boedel behoren of niet. De vordering van de curator wordt dan ook afgewezen.

Op grond van het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 12 maart 2015 is duidelijk geworden dat aan het begrip “verwerven” in artikel 20 Faillissementswet de letterlijke betekenis toekomt die zij heeft in het recht en in het algemene spraakgebruik. Enkel indien bedragen direct of indirect zijn verkregen door een gefailleerde zijn zij (in eigendom) verkregen en vallen zij in de faillissementsboedel.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u andere vragen over insolventierecht, financieren en zekerheden neem dan vrijblijvend contact op met mevrouw mr. A.Y. te Kiefte of één van haar collega’s van de sectie Insolventierecht, Financieringen en Zekerheden. De inhoud van dit blog is algemeen van aard. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.