Jillian van der Giessen Jillian van der Giessen

Op 15 april 2019 schreef Jillian van der Giessen al een blog over de op handen zijnde wijzigingen van de Warmtewet die gefaseerd per 1 juli 2019, 1 januari 2020 en een nog nader te bepalen datum in zullen gaan. Inmiddels komt 1 juli 2019 steeds dichterbij en zullen de eerste wijzigingen over minder dan een week in werking treden. Tijd voor een wat uitgebreidere toelichting. Wat verandert er precies voor u?

Woningcorporaties en VVE’s vallen niet langer onder de Warmtewet

Warmteleveranciers die tevens vereniging van eigenaars zijn en verhuurders die warmte leveren aan hun huurders in het kader van de verhuur van woon- of bedrijfsruimte (waaronder woningcorporaties) vallen vanaf 1 juli 2019 niet langer onder de reikwijdte van de Warmtewet.

Door invoering van de Warmtewet werden woningcorporaties en vereniging van eigenaars in 2014 ook ineens warmteleveranciers. Dit leverde een hoop administratief werk op, omdat zij naast de bestaande huurovereenkomsten ook warmteleveringsovereenkomsten dienden te sluiten.

Bovendien werden woningcorporaties en VvE’s in een lastige positie gebracht door de inwerkingtreding van de Warmtewet. Enerzijds dienden deze partijen wel netjes de facturen van hun energieleveranciers te betalen, terwijl zij anderzijds op grond van de Warmtewet niet meer dan het maximumtarief in rekening mochten brengen aan hun afnemers. Hierdoor kon de situatie ontstaan dat corporaties/VvE’s niet alle werkelijk door hen gemaakte kosten konden doorberekenen aan hun afnemers, waardoor zij gedwongen werden verlieslatende exploitaties voor eigen rekening te nemen.

Gevolgen wijzigingen

Doordat deze partijen nu worden uitgezonderd van de werking van de Warmtewet is het niet meer nodig dat bijvoorbeeld woningcorporaties naast huurovereenkomst ook aparte warmteleveringsovereenkomst met hun huurders sluiten. De vraag is wel wat voor gevolgen de wijzigingen hebben voor reeds bestaande warmteleveringsovereenkomsten. In beginsel blijven die overeenkomsten voortbestaan, tenzij de overeenkomst kan worden opgezegd. Is er geen opzeggingsmogelijkheid in de warmteleveringsovereenkomst opgenomen, maar wilt u deze overeenkomst toch opzeggen? Dan dient u aan te kunnen voeren dat er een zwaarwichtige reden voor opzegging van de overeenkomst is.

Daarnaast vindt de warmtelevering door woningcorporaties en VvE’s door de wijziging niet langer plaats op basis van de Warmtewet, maar op basis van het huurrechtelijke regime voor de servicekosten. De kosten voor warmtelevering zullen niet langer op grond van een warmteleveringsovereenkomst worden doorberekend, maar als onderdeel van de huurprijs in de huurovereenkomst zelf. Dit zal ook gevolgen hebben voor de afrekening servicekosten over 2019. Daarin zullen corporaties en VvE’s vanaf nu de werkelijke verbruikskosten mogen doorberekenen. Ook als die hoger uit blijken te vallen dan de maximumtarieven uit de Warmtewet. Corporaties en VvE’s zijn vanaf 1 juli 2019 namelijk niet langer gebonden aan de maximumtarieven van de ACM. Het staat hen vrij om alle daadwerkelijke kosten die in redelijk verband staan met de levering van warmte en/of koud aan hun afnemers door te berekenen.

Bescherming huurders uitgehold?

Ik hoor u denken: hoe zit het dan met de bescherming van de huurders die huren van dergelijke partijen? De wetgever en ook rechters zijn van mening dat de Warmtewet deze huurders niet meer bescherming bood dan de bescherming die zij al genoten op basis van de bestaande huurwetgeving. Kortom, deze wijziging van de Warmtewet zal er volgens hen niet toe leiden dat de bescherming van huurders op enigerlei wijze wordt ‘uitgehold’. Zij kunnen zich vanaf nu nog steeds beroepen op huur(prijs)wetgeving in plaats van de Warmtewet.

Maximumtarieven gelden naast warmte ook voor koude

Niet alleen voor de levering van warmte, maar ook voor de levering van lage-temperatuurwarmte (‘koude’) die onlosmakelijk onderdeel is van de levering van warmte, zullen in de aangepaste Warmtewet maximumtarieven worden gehanteerd.

De Warmtewet was vooralsnog gericht op temperaturen die bij stadsverwarming voorkomen, namelijk water van zo’n 90 graden Celsius. De Warmtewet zag niet op lauw of koud water. Koud water wordt ofwel los geleverd, maar wordt ook steeds vaker geleverd als onderdeel van een Warmte Koude Opslag (WKO) systeem. Ook in dat geval zijn de afnemers gebonden aan een bepaalde leverancier, terwijl zij (voorheen) niet door de Warmtewet werden beschermd. In praktijk waren er daardoor grote verschillen tussen tarieven voor koude. Vanaf 1 juli 2019 is het leveranciers verboden hogere tarieven in rekening te brengen dan de door de ACM vastgestelde maximumtarieven voor koude. De bescherming van de Warmtewet wordt daarmee uitgebreid.

Storingscompensatie wijzigt

De verplichting tot het uitkeren van storingscompensatie door warmteleveranciers wordt gewijzigd en wel op de volgende punten:

Bent u benieuwd naar alle wijzigingen van de Warmtewet? Raadpleeg dan de gewijzigde tekst van de (nieuwe) Warmtewet.

Heeft u vragen over de (nieuwe) Warmtewet? Levert u bijvoorbeeld warmte en heeft u vragen over de mogelijke gevolgen van de nieuwe Warmtewet voor u? Neem dan gerust contact op met Jillian van der Giessen.