Jillian van der Giessen Jillian van der Giessen

Afgelopen woensdag werd bekend dat netbeheerder Liander een boete van € 50.000 opgelegd heeft gekregen door de Autoriteit Consument & Markt, omdat Liander een snellaadstation van Fastned niet binnen de wettelijke termijn van 18 weken op het openbare elektriciteitsnet had aangesloten. Welke verplichtingen heeft een netbeheerder op dit vlak? En kan/mag van een netbeheerder onder de huidige omstandigheden in alle redelijkheid worden verlangd dat die verplichtingen te allen tijde worden nagekomen?

Wat was er aan de hand?

Fastned heeft bij Liander een aansluiting aangevraagd in Muiden voor het door haar te realiseren snellaadstation waar elektrische auto’s kunnen laden. Het gaat om een standaardaansluiting met een maximumcapaciteit van 1 MVA (megavoltampère). Omdat Liander de aangewezen netbeheerder is in de provincies Gelderland, Noord-Holland en in grote delen van Flevoland, Friesland en Zuid-Holland kan Fastned niet anders dan de elektriciteit van het net van Liander afnemen.

Op 19 februari 2018 heeft Fastned een getekende offerte voor de realisatie van de aansluiting aan Liander toegezonden. Liander heeft daarop laten weten dat de aansluiting volgens haar planning op 15 november 2018 technisch gereed zal zijn. Voor de goede orde: dit betrof een realisatietermijn van 10 maanden. Uiteindelijk blijkt dat Liander de aansluiting voor Fastned op 28 september 2018 gereed had. Oftewel, ruim 31 weken na ontvangst van de door Fastned getekende offerte.

Aansluitplicht netbeheerder

Een netbeheerder heeft een wettelijke plicht om degene die daarom verzoek te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net. Deze aansluitplicht is opgenomen in artikel 23 lid 1 van de Elektriciteitswet (kortweg ook wel: “de E-wet”). Het derde lid van ditzelfde artikel bepaalt dat de aansluiting door de netbeheerder ‘binnen een redelijke termijn’ dient te worden gerealiseerd. Volgens dit artikel is deze redelijke termijn in ieder geval verstreken wanneer de gevraagde aansluiting niet is gerealiseerd binnen 18 weken nadat de offerte door Fastned is geaccepteerd. Dit geldt overigens voor aansluitingen tot 10 MVA. Voor een aansluiting van meer dan 10 MVA dient dezelfde termijn te worden aangehouden, tenzij de netbeheer in redelijkheid niet kan worden verweten dat hij meer tijd nodig heeft.

In dit geval staat vast dat de termijn van 18 weken niet door Liander is gehaald. Maar: is daarmee ook direct sprake van een handelen in strijd met artikel 23 E-wet die dient te worden beboet?

Standpunt Liander

Liander vindt van niet. Zij ontkent de feiten niet, maar plaatst die wel in een zodanige context dat naar haar mening geen sprake kan zijn van een gedraging die moet worden beboet. Volgens Liander kan haar namelijk in redelijkheid niet worden verweten dat zij de aansluiting niet binnen de wettelijke termijn heeft gerealiseerd. Liander beroept zich op overmacht op grond van twee omstandigheden: 1) het aantal aanvragen voor nieuwe aansluitingen is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen wegens het aantrekken van de economie en de onverwacht grote aandacht voor energietransitie en, 2) er is onvoldoende technisch geschoold personeel te vinden op de markt. Bovendien is het opleggen van een boete volgens Liander in dit geval niet doelmatig en niet opportuun. Het opleggen van een boete biedt immers geen oplossing voor de door Liander aangedragen problematiek als verweer voor het te laat aansluiten. Daarnaast heeft Fastned ook geen nadeel ondervonden door de vertraging in de realisatie van de aansluiting.

Oordeel ACM

De ACM is echter heel rechtlijnig in haar besluit van 19 juli 2019. Volgens de ACM staat vast dat Liander artikel 23 van de E-wet heeft overtreden door simpelweg de termijn van 18 weken te overschrijden. De ACM acht deze overtreding ernstig met het oog op het belang van een afnemer bij een spoedige realisatie van een aansluiting en de monopoliepositie van een netbeheerder waarvan afnemers niet de dupe mogen worden. Zeker nu de energietransitie een vlucht heeft genomen en elektriciteit binnen onze energievoorziening een steeds belangrijkere rol krijgt, acht de ACM een boete van € 50.000 passend en evenredig.

En nu?

In dat laatste zit ‘m naar mijn mening nu juist de crux van dit verhaal. Het is enerzijds goed dat de energietransitie zo’n prominente rol heeft gekregen. Je kan je echter wel afvragen in hoeverre in 1998, bij de inwerkingtreding van de E-wet, en later in 2010, bij de vaststelling van de termijn van 18 weken, al was voorzien dat de energietransitie binnen zo’n korte tijd ‘booming’ zou worden. Voor Liander lijkt het aantal aanvragen voor aansluitingen haar inmiddels boven het hoofd te zijn gegroeid, hetgeen voor andere netbeheerders ongetwijfeld niet veel anders zal zijn. Als die problematiek inderdaad zodanig is als in deze zaak door Liander wordt geschetst, dan lijkt het een heel terechte vaststelling dat het opleggen van boetes daar niets aan zal veranderen. De vraag is dan ook of een meer structurele oplossing, zoals het verlengen van de wettelijke termijn of daarin een bepaalde ‘escape’ inbouwen niet beter op zijn plaats is. Gezien alle ambitieuze (klimaat)doelstellingen valt immers te verwachten dat we (en ook de netbeheerders) er nog lang niet zijn.

Mocht u vragen hebben of meer willen weten over dit onderwerp, neem dan contact op met Jillian van der Giessen.