De bescherming van kinderen staat centraal, nu de Haagse rechtbank op dinsdag 1 juni jl. het faillissement heeft uitgesproken van de coöperatie Briedis Jeugdbeschermers in Zoetermeer. Curator mr. B.J. Tideman van Cees Advocaten in Den Haag zal in samenwerking met gemeenten en andere betrokkenen een plan van aanpak maken dat erop gericht is om er alles aan te doen dat er geen jongeren tussen wal en schip belanden. 

De coöperatie Briedis Jeugdbeschermers gevestigd te Zoetermeer verkeert in financiële moeilijkheden. Briedis is een Gecertificeerde Instelling in de zin van art. 1.1 van de Jeugdwet. Briedis heeft de zorg voor 108 jeugdigen die worden begeleid door jeugdbeschermers. Briedis ziet voornamelijk toe op voogdij en ondertoezichtstellingen. Het jeugdbeschermingscertificaat van Briedis is eind april 2021 door het Keurmerkinstituut ingetrokken en vervangen door een beëindigingscertificaat. Hiermee is Briedis in staat gesteld om de aan haar toevertrouwde jeugdigen zorgvuldig over te dragen. Door intrekking van het vereiste certificaat dat nodig is om binnen het gedwongen kader te mogen werken is het voor Briedis onmogelijk om de door haar te verlenen begeleiding te continueren. Briedis heeft daarom de verplichting gekregen om binnen een termijn van zes maanden de jeugdigen op zorgvuldige wijze over te dragen naar een andere Gecertificeerde Instelling. 

Continuïteit van zorg voor kinderen waarborgen 

Het is van groot belang om de continuïteit van de zorg voor de kinderen te borgen en de zorgoverdracht gecontroleerd te laten verlopen. De onzekere financiële situatie van Briedis vormt een bedreiging voor de continuïteit van de zorg en de gecontroleerde overdracht. Om die reden is er in eerste instantie voor gekozen om uitstel van betaling (surseance van betaling) aan te vragen. Omdat de surseance geen bescherming biedt tegen preferente schulden en ook geen vangnet biedt voor de loonkosten, is de surseance ingetrokken en heeft de Rechtbank Den Haag bij vonnis van 1 juni 2021 Briedis in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mr. B.J. Tideman van Cees Advocaten te Den Haag als curator.  

Voor de omzetting naar een faillissement is gekozen om de situatie te stabiliseren en de uitgangspositie voor een zachte landing te borgen, met zo min mogelijk veranderingen voor de jeugdigen. De surseance bood daarvoor onvoldoende juridisch comfort. Met de ‘waterscheiding’ die het faillissement aanbrengt tussen de bestaande schuldpositie en de aan de zorgoverdracht verbonden kosten, is een beter perspectief gecreëerd voor de gecontroleerde zorgoverdracht van de jeugdbeschermingszaken. Er is nog wel een financieringsvraagstuk voor de kosten van de gecontroleerde afwikkeling. Dat moet snel worden opgelost en daar wordt hard aan gewerkt. 

De curator zal voor de zorgoverdracht in samenwerking met de gemeenten en overige betrokkenen een plan van aanpak maken. Er is intensief contact met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd die de ontwikkelingen nauwlettend volgt en toezicht uitoefent.  

Bij de overdracht van de jeugdbeschermingszaken zal zoveel als mogelijk rekening worden gehouden met belangen van de jeugdigen, medewerkers en de overige betrokkenen en doel is om deze overdracht zo spoedig mogelijk te laten plaatsvinden. Voor nu is het van grootste belang dat de bescherming van de kinderen van Briedis doorgaat en dat de medewerkers van Briedis hun belangrijke taak blijven uitvoeren.