Marie-Chantal van Oss Marie-Chantal van Oss

Er  zijn ruim  1,1 miljoen zzp'ers en dit aantal groeit nog steeds. Zij maken inmiddels het grootste deel uit van de flexibele schil van onze arbeidsmarkt. Ze zijn in te huren voor tijdelijk werk, krijgen alleen betaald voor gewerkte uren en men kan afscheid van hen nemen als het werk niet meer nodig is.

Veel zzp’ers verdienen een prima inkomen met  hun eigen onderneming, maar een relatief hoog percentage zpp'ers  heeft een inkomen onder het bestaansminimum. Vier op de vijf zzp’ers is bovendien niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid en de meesten bouwen geen pensioen op. Het zzp-schap is niet voor iedereen een vrije keuze.  Zelfstandigen met een laag uurtarief werken vooral in de post, de tuinbouw, de thuiszorg en het personenvervoer. 

Het Kabinet bekijkt al langer hoe zij de nog steeds groeiende grote groep zzp'er die erg weinig verdient kan beschermen. Volgens het Kabinet zou iemand met een gemiddeld uurtarief van 16 euro voldoende over moeten houden om van te leven en zich te verzekeren tegen bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid. Vanaf 2021 gaat daarom naar verwachting een minimumtarief van € 16,00 per uur voor zzp'ers gelden. 

Tegenover de zzp'er die rond het minimumtarief verdient staan de goed verdienende zzp'ers die kortdurende opdrachten van minder dan een jaar hebben en die uurtarieven hanteren boven de 75 euro. Voor deze groep wil het Kabinet een zelfstandigenverklaring invoeren. Dit alles volgt uit de derde voortgangsbrief d.d. 24 juni 2019 van Minister Koolmees aan de Kamer.

Minimumtarief van € 16,00 per uur

Ter bescherming van zzp'ers die werken aan de onderkant van de arbeidsmarkt gaat een minimum uurtarief van € 16,00 gelden. De hoogte van dit tarief is zo gekozen dat een zzp'er die voltijd werkt (40 uur per week, 46 weken per jaar) er het bestaansminimum mee kan verdienen. Daarbij is uitgegaan van een gemiddeld percentage declarabele uren van 67%. Dit tarief gaat gelden voor alle direct aan de opdracht gerelateerde uren. 

De opdrachtnemer dient voorafgaand aan de opdracht een inschatting van de directe kosten en uren  te maken. Op basis hiervan dient de opdrachtgever na te gaan of er naar zijn inschatting voldaan zal worden aan het minimumtarief.

Als achteraf blijkt dat er meer kosten en/of uren gemaakt zijn dan vooraf ingeschat en het tarief daardoor onder het minimumtarief uit zou komen dan is de zakelijke opdrachtgever verplicht om bij te betalen. Voor de particuliere opdrachtgever geldt een lichtere verantwoordelijkheid. Deze mag vertrouwen op de inschatting van de opdrachtnemer.
 

Boven de € 75,00 per uur:  de zelfstandigenverklaring

 
Voor zzp'ers die werken aan de bovenkant van de arbeidsmarkt wordt een zelfstandigenverklaring geïntroduceerd. 
 
Door deze zelfstandigenverklaring wordt de opdrachtgever vooraf gevrijwaard voor de loonheffingen en werknemersverzekeringen, alsmede voor loondoorbetaling bij ziekte en betaling van pensioenpremies. 
 
Voor een zelfstandigenverklaring gelden de volgende voorwaarden: 
 
De bewijslast dat aan alle bovenstaande voorwaarden is voldaan, ligt bij de opdrachtgever. Indien achteraf blijkt dat toch niet aan de voorwaarden is voldaan, kunnen alsnog correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en boetes opgelegd worden door de Belastingdienst. 
 

Opdrachtgeversverklaring en webmodule

 
Omdat in veel gevallen voor opdrachtgevers en opdrachtnemers niet duidelijk is of er sprake is van een dienstbetrekking wordt een webmodule ontwikkeld.  Aan de hand van antwoorden op de vragen kan worden vastgesteld of er wel of geen dienstbetrekking is. Is er geen dienstbetrekking dan krijgt men een opdrachtgeversverklaring. Deze geeft vooraf zekerheid dat geen premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet hoeven te worden betaald. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid in ingevuld en in de praktijk ook zo werd gewerkt.
 

Planning en handhaving

 
De wetgeving wordt in het derde kwartaal van 2019 voor internetconsultatie uitgezet.  De inwerkingtreding is voorzien in 2021.
 
Tot 1 januari 2021 wordt in ieder geval gehandhaafd bij kwaadwillendheid.  Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt: de Belastingdienst kan ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet binnen een redelijke termijn opvolgen. Dit kunnen aanwijzingen zijn aan opdrachtgevers om in lijn met de huidige wetgeving te handelen. 
 
Heeft u vragen? Dan kunt u contact opnemen met mr. Marie-Chantal Beliën-van Oss (Arbeidsrecht) of een van de andere arbeidsrechtspecialisten van Cees Advocaten N.V.