Martin Buitelaar Martin Buitelaar

Door de uitbraak van het coronavirus kunnen veel ondernemers hun overeenkomsten niet langer nakomen of worden zij geconfronteerd met contractspartijen die hun overeenkomsten niet langer nakomen. Hoe zit het met de rechtspositie van de partijen? Martin Buitelaar en Esther Grootscholten zetten de juridische gevolgen voor u op een rij.

Wat is de rechtspositie van schuldeiser en schuldenaar door de uitbraak van het coronavirus?

Degene die een prestatie moet leveren (de zogenaamde schuldenaar), maar dat niet doet of kan, zal door zijn contractspartij die op grond van het contract recht heeft op de prestatie (de schuldeiser) worden aangesproken om zijn verplichtingen na te komen of om over te gaan tot betaling van schadevergoeding. Kan dat ook als de schuldenaar zich erop beroept de prestatie niet te kunnen leveren wegens de uitbraak van het coronavirus?

Als een beroep van de schuldenaar op overmacht vanwege het coronavirus slaagt dan is hij in beginsel geen schadevergoeding aan de schuldeiser verschuldigd. Ook kan de schuldeiser bij een geslaagd beroep op overmacht geen nakoming van de verplichtingen vorderen.

Voor een beoordeling van de rechtspositie van de schuldeiser en schuldenaar (ervan uitgaande dat zowel schuldenaar als schuldeiser in Nederland zijn gevestigd) en daarmee beantwoording van de vraag of een schuldeiser een schuldenaar met succes kan aanspreken, zijn onder meer de volgende punten relevant:

Afspraken in het contract   
Op de eerste plaats is van belang wat er in het contract - waar vaak ook algemene voorwaarden onderdeel van uitmaken - is afgesproken. Indien bijvoorbeeld in de algemene voorwaarden staat dat een epidemie of pandemie een situatie van overmacht oplevert, is de schuldenaar niet verplicht de prestatie uit te voeren. Als hij zijn verplichting niet nakomt, is hij ook niet schadeplichtig. Ook kan in de overeenkomst staan dat in geval van schade bij de schuldeiser die veroorzaakt is doordat de schuldenaar zijn verplichtingen niet is nagekomen, de schuldenaar niet of beperkt aansprakelijk is richting de schuldeiser. Zo’n uitsluiting of beperking van aansprakelijkheid voor schade (ook wel een exoneratiebeding genoemd), houdt bij de rechter over het algemeen wel stand. Dit is vooral het geval als de schuldenaar geen verwijt kan worden gemaakt dat hij zijn verplichting niet nakwam. In het geval van het coronavirus lijkt daar sprake van te zijn. De schuldenaar kan immers geen verwijt worden gemaakt ten aanzien van de uitbraak van het coronavirus en het feit dat hij daardoor zijn verplichtingen niet kan nakomen. De schuldenaar kan daarom ook lastig inspelen op de situatie die zich voordoet door de uitbraak van het coronavirus.

Mate waarin de uitbraak voorzienbaar was
Als er in het contract of de algemene voorwaarden niets is opgenomen over bijvoorbeeld overmacht en/of een beperking of uitsluiting van aansprakelijkheid, is van belang in welke mate de situatie voorzienbaar was. Bij een voorzienbare situatie zal de schuldenaar minder snel een beroep kunnen doen op overmacht. Stel, een leverancier neemt op donderdagavond 12 maart 2020 (net nadat de Nederlandse regering diverse vergaande maatregelen had aangekondigd in verband met het coronavirus) leveringsverplichtingen op zich die hij vervolgens niet kan nakomen. In dat geval is de kans klein dat hij een beroep kan doen op overmacht als hij de leveringsverplichtingen vervolgens niet kan nakomen. Hij kon op het moment dat hij het contract sloot de vergaande negatieve gevolgen van de uitbraak van het coronavirus immers al voorzien.

Is sprake van strijd met de redelijkheid en billijkheid en/of onvoorziene omstandigheden?
Als de schuldeiser de schuldenaar aanspreekt, kan de schuldenaar zich mogelijk beroepen op artikel 6:248, lid 2 BW. Dit artikel bepaalt dat de schuldeiser geen beroep kan doen op een gemaakte afspraak uit de overeenkomst, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Daarnaast kan de schuldenaar zich beroepen op onvoorziene omstandigheden op grond van artikel 6:258 BW. Indien de schuldenaar de verplichtingen uit de overeenkomst niet kan nakomen en zich beroept op onvoorziene omstandigheden, kan de rechter de gevolgen van het contract wijzigen of het contract geheel of gedeeltelijk ontbinden. De rechter zal hiertoe overgaan indien sprake is van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de schuldeiser naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van het contract niet mag verwachten. In de rechtspraak wordt door de rechter zelden een beroep op artikel 6:248, lid 2 BW of artikel 6:258 BW gehonoreerd.

Kan de schuldeiser de overeenkomst ontbinden?
Indien de schuldenaar zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt, kan de schuldeiser in sommige gevallen de overeenkomst op grond van artikel 6:265 BW geheel of gedeeltelijk ontbinden. Door de ontbinding van de overeenkomst worden partijen bevrijd van de op hun rustende verplichtingen: De schuldeiser hoeft niet meer te betalen en de schuldenaar hoeft niet meer te leveren. Als de nakoming van de verplichtingen niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, kan de schuldeiser pas tot ontbinding van de overeenkomst overgaan op het moment dat de schuldenaar in verzuim is. Om dit verzuim te laten intreden dient de schuldenaar op de hoogte te worden gesteld van de tekortkoming en dient de schuldenaar een redelijke termijn te worden gegeven om alsnog de verplichtingen uit de overeenkomst na te komen. Dit kan door middel van het verzenden van een ingebrekestelling aan de schuldenaar. In sommige gevallen is het verzenden van een ingebrekestelling niet nodig en treedt het verzuim direct in.

Verzekering
Verder is van belang om na te gaan of de schade als gevolg van de uitbraak wellicht kan vallen onder de dekking van een door partijen afgesloten verzekering. Er zijn enkele verzekeraars waarbij schade veroorzaakt door niet-nakoming als gevolg van epidemieën of pandemieën door de verzekeraar (tot op heden) wordt vergoed. De meeste verzekeraars waarbij dergelijke schade tot voor kort was gedekt hebben inmiddels een corona-uitsluitingsclausule opgenomen. Indien de verzekering is afgesloten vóór het ingaan van de uitsluitingsclausule, geldt dat de schade mogelijk onder de dekking valt.

Hoe kan een schuldeiser ervoor zorgen dat de schuldenaar geen beroep kan doen op overmacht of onvoorziene omstandigheden?

De contractsvrijheid in Nederland gaat ver en partijen kunnen afspreken dat de uitbraak van het coronavirus geen overmacht oplevert. Dat kan door in de overeenkomst de volgende bepalingen op te nemen:

Overigens lijkt de uitbraak van het coronavirus voor contracten die vanaf medio maart 2020 worden gesloten geen overmacht meer op te leveren. Een schuldenaar kon immers rekening houden met het virus toen hij het contract sloot; het niet kunnen nakomen van de verplichtingen was voorzienbaar. Hoewel het daardoor wellicht niet per se noodzakelijk meer is om bovenstaande dikgedrukte bepalingen in de overeenkomst op te nemen, voorkomt dit dat sprake is van onduidelijkheid of de uitbraak van het coronavirus leidt tot een situatie van overmacht.

Mocht u vragen hebben over de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus voor contracten, dan kunt u contact opnemen met Martin Buitelaar of Esther Grootscholten.