Karlijn van Vliet Karlijn van Vliet

Met enige regelmaat komt het voor dat in een winkel of op internet per abuis iets te koop wordt aangeboden voor een (te) lage prijs. Vervolgens ontstaat daarover nog weleens een geschil tussen de winkelier en de consument of er wel of geen koopovereenkomst tot stand is gekomen voor het bedrag waarvoor het betreffende artikel te koop is aangeboden.

Een koopovereenkomst - ook met een particulier - komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding van dit aanbod (artikel 6:217 lid 1 BW). Er is alleen sprake van een geldig aanbod als de wil en de verklaring van degene die het aanbod doet met elkaar overeenstemmen (artikel 3:33 BW). Als de wil van de verkoper niet overeenkomt met de door de verkoper geuite verklaring, is geen sprake van een geldig aanbod en komt - in beginsel - geen koopovereenkomst tot stand. Daarop bestaat een belangrijke uitzondering. Ook als voldoende aannemelijk is dat de verkoper niet de wil had om de door hem te koop aangeboden goederen voor de aangeboden prijs te verkopen, kan het toch zo zijn dat de verkoper aan de aangeboden prijs is gebonden. Daarvoor is vereist dat aan de kant van de consument sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen op het aanbod van de verkoper (artikel 3:35 BW). Daarvan is uitsluitend sprake als de consument het wilsgebrek van de verkoper niet kende en ook niet hoefde te kennen. Concreet, (alleen) als de consument op het moment dat deze de bestelling plaatste er onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat de prijs van de aanbieding juist was, dan is er op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen een overeenkomst tot stand gekomen. Ook al had de verkoper niet de wil om de te koop aangeboden goederen voor dat bedrag te verkopen.

In de zaak die heeft geleid tot een recent vonnis in een zaak tussen de Bijenkorf en een consument was de vraag aan de orde of de consument het (gestelde) wilsgebrek van de Bijenkorf niet kende en ook niet hoefde te kennen. Wat was er aan de hand?

Op 1 april 2018 heeft een consument een Cartier ketting besteld op de website van de Bijenkorf. Op de webshop van de Bijenkorf werd deze ketting - door een omissie aan de zijde van de Bijenkorf - aangeboden voor een koopprijs van € 402,00. De normale verkoopprijs van deze ketting bedraagt € 40.200,00. De consument heeft de Cartier ketting op 2 april 2018 opgehaald en betaald in de Cartier boetiek in de vestiging van de Bijenkorf in Amsterdam. Kort nadien heeft de Bijenkorf (telefonisch) contact opgenomen en de koper verzocht de ketting te retourneren of het prijsverschil bij te betalen. De consument heeft dit geweigerd waarop de Bijenkorf een procedure is gestart.

De Bijenkorf stelt zich op het standpunt dat sprake is van een evidente en kennelijke vergissing. De Bijenkorf had niet de wil om de ketting te koop aan te bieden voor € 402,00 en de consument kon daar niet gerechtvaardigd van uitgaan. Er is derhalve geen koopovereenkomst tot stand gekomen. De Bijenkorf maakt aanspraak op teruggave van de ketting of schadevergoeding. De consument stelt zich op het standpunt dat de Bijenkorf onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is geweest van een fout of vergissing en dat zij gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen dat de aangeboden koopprijs juist was.

De rechtbank wijst de vorderingen van de Bijenkorf toe. De rechtbank overweegt dat de Cartier ketting te koop is aangeboden voor slechts 1% van de normale verkoopprijs. Het is daarom niet aannemelijk dat een dergelijk lage verkoopprijs daadwerkelijk de wil van de Bijenkorf kan zijn geweest. De omstandigheid dat de koper tweemaal een ontvangstbevestiging heeft ontvangen met een prijs van € 402,00 maakt dat niet anders. De in artikel 3:33 BW bedoelde wil moet aanwezig zijn ten tijde van het accepteren van het aanbod. Latere ontvangstbevestigingen hebben daarop geen invloed. Aangezien de wil van de Bijenkorf niet overeenstemt met het aanbod is geen koopovereenkomst tot stand gekomen. Het standpunt dat de consument er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de verklaring van de Bijenkorf wel overeenstemde met haar wil, gaat niet op. Naar het oordeel van de rechtbank had een gemiddeld geïnformeerde consument namelijk geweten dat een sieraad van 18 karaat witgoud met 1,23 karaat diamanten een aanzienlijk hogere waarde vertegenwoordigt dan het bedrag waarvoor de ketting te koop werd aangeboden.

De consument wordt veroordeeld tot afgifte van de Cartier ketting aan De Bijenkorf althans tot het vergoeden van de schade gelijk aan het prijsverschil, een bedrag van € 39.798,00. Tevens wordt de consument veroordeeld in de kosten van de procedure. Een ogenschijnlijk (goed)koopje werd hierdoor een dure les.

Meer informatie over dit onderwerp, of andere vragen over ondernemingsrecht? Neem dan contact op met  Karlijn van Vliet of één van haar collega’s van de sectie Ondernemingsrecht.

De inhoud van dit blog is algemeen van aard. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.