Richard van Oevelen Richard van Oevelen

Als werknemer heb je op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) recht op gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. De werkgever heeft de verplichting om dit te waarborgen. Ook in tijden van het coronavirus. De Inspectie SZW ziet vervolgens toe op deze wettelijke verplichtingen voor de werkgever. Hoe wordt deze wettelijke verplichting echter concreet vastgelegd en hoe wordt getoetst of hieraan in het concrete geval is voldaan? Welke rol heeft de Inspectie SZW verder bij de handhaving van coronamaatregelen? Met de steeds verdere versoepelingen van de coronamaatregelen in Nederland zijn dit vragen die steeds vaker naar voren komen.

Gezonde en veilige arbeidsomstandigheden in tijden van corona

Op basis van artikel 3 van de Arbowet heeft de werkgever zorg te dragen voor, kort gezegd, de veiligheid en de gezondheid van zijn of haar werknemers door een beleid te voeren dat gericht is op ‘zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden’. De basis van het arbobeleid binnen een bedrijf is de voor bedrijven met personeel verplicht gestelde Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Zo dient in de RI&E een plan van aanpak te zijn opgenomen om risico’s te voorkomen, vermijden of de gevolgen te beperken. In dat kader is het voor bedrijven en instellingen ook van belang om het coronarisico in hun RI&E te onderkennen en een plan van aanpak hiervoor te hebben.

Daarnaast kan een sector of branche als geheel een ‘Branche RI&E’ of zogenoemde arbocatalogus opstellen waarin op sector- of brancheniveau is vastgelegd met welke maatregelen de individuele bedrijven kunnen voldoen aan de doelvoorschriften in de Arbowet voor één of meer specifieke arbeidsrisico’s. Zo kan er ook een corona-arbocatalogus worden opgesteld. Deze kan op basis van de Beleidsregel arbocatalogi 2019 worden getoetst aan de Inspectie SZW. Wanneer de arbocatalogus door de Inspectie SZW wordt goedgekeurd, is deze in principe voor een termijn van zes jaar geldig. Een goedgekeurde arbocatalogus wordt vervolgens door de Inspectie SZW ook als referentie gehanteerd bij de handhaving van de wet- en regelgeving van arbeidsomstandigheden.  

Veel bedrijven en organisaties hebben op branche- en sectorniveau, ondersteund door werkgeverskoepels VNO-NCW en MKB Nederland, zogenoemde coronaprotocollen vastgesteld of zijn daarmee bezig. Denk bijvoorbeeld aan het per 1 juli 2020 geldende protocol Horeca van de Koninklijke Horeca Nederland of het protocol verantwoord sporten van NOC*NSF. Een overzicht van de verschillende vastgestelde coronaprotocollen is te vinden op www.mijncoronaprotocol.nl. Deze coronaprotocollen hebben echter géén juridische status en zijn in het kader van de Arbowet voor de werkgever niet voldoende. Het is dus heel belangrijk voor werkgevers dat de in het coronaprotocol vastgelegde maatregelen ook zijn weerslag vinden in een op te stellen (Branche) RI&E of corona-arbocatalogus die door de Inspectie SZW wordt goedgekeurd. Deze wordt, gelet op de hoge urgentie, door de Inspectie SZW in principe binnen 5 werkdagen behandeld. Op deze manier kan door een werkgever in hoge mate zekerheid worden verkregen dat aan de wettelijke eisen van de Arbeidsomstandighedenwet wordt voldaan om in het kader van het coronavirus ‘zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden’ te creëren voor zijn of haar werknemer.

De rol van de Inspectie SZW bij de handhaving van coronamaatregelen

De handhaving van de coronamaatregelen vindt primair plaats door de veiligheidsregio’s op grond van de noodverordeningen. De Inspectie SZW gaat in principe niet over de handhaving van deze noodverordeningen. Wel kan de Inspectie SZW handhavend optreden op basis van de Arbowet als de arbeidsomstandigheden in een bedrijf of instelling daartoe aanleiding geven. Eind juni 2020 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in dit kader ook laten weten dat de werkgever op basis van de Arbowet de plicht heeft om een gezonde en veilige werkomgeving te creëren ‘in overeenstemming met de noodverordeningen van de overheid en de adviezen en richtlijnen van het RIVM’. Met andere woorden: wanneer de feitelijke situatie binnen een instelling of bedrijf of de opgestelde (Branche) RI&E niet in overeenstemming zijn met de noodverordeningen van de overheid en de adviezen en richtlijnen van het RIVM, zou de Inspectie SZW handhavend kunnen optreden. Daarmee heeft de Inspectie SZW alsnog een belangrijke, zij het indirecte, rol bij de handhaving van de coronamaatregelen op de werkvloer die door de noodverordeningen en in richtlijnen en adviezen van het RIVM worden gesteld.

De Inspectie SZW kan een boete of last (onder bestuursdwang of dwangsom) opleggen, maar heeft daarnaast ook meer handhavingsbevoegdheden. Zo kan de Inspectie SZW onder meer op grond van artikel 27 van de Arbowet een eis tot naleving opleggen aan de werkgever. In zo’n eis tot naleving kunnen door de Inspectie SZW nadere regels worden gesteld die moeten worden nageleefd om het werk veilig en gezond te organiseren. Het is voorstelbaar dat de Inspectie SZW zeker bij de handhaving van de coronamaatregelen van deze bevoegdheid gebruik gaat maken. Daarnaast zou de Inspectie SZW op grond van artikel 28 van de Arbowet ‘bij ernstig gevaar’ ook een bevel kunnen geven tot stillegging van de werkzaamheden. Wanneer overigens gebruik wordt gemaakt van deze bevoegdheden van de Inspectie SZW, staat hiertegen bezwaar en beroep open.  

De handhavingsmogelijkheden van de Inspectie SZW onder de corona-spoedwet 

Zoals de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in juni 2020 al had aangekondigd, ziet het ernaar uit dat in de corona-spoedwet aan de Inspectie SZW meer wettelijke mogelijkheden worden gegeven om te kunnen handhaven als werkgevers in ernstige mate geen noodzakelijke maatregelen treffen om besmetting met het coronavirus te voorkomen of de kans daarop te beperken.

Zo krijgt in het op 13 juli 2020 ingediende wetsvoorstel de Inspectie SZW de bevoegdheid toezicht te houden op de naleving van álle door of bij deze wet gestelde coronamaatregelen op de arbeidsplaats. Dit betekent dat de Inspectie SZW een directe rol zal krijgen bij de handhaving van de coronamaatregelen. Daarnaast wordt de hierboven geformuleerde bevoegdheid voor de Inspectie SZW om de werkzaamheden stil te leggen verruimd: niet langer hoeft sprake te zijn van ‘ernstig gevaar’. Voldoende is dat de werkgever coronamaatregelen ‘in ernstige mate’ niet in acht neemt. Volgens de toelichting bij het wetsvoorstel gaat het dan om situaties waarin de kans op besmetting voor werknemers onaanvaardbaar hoog wordt, bijvoorbeeld omdat zieke werknemers toch aanwezig zijn of moeten zijn op de werkvloer, of situaties waarin werknemers dicht bij elkaar (moeten) werken of wezenlijke hygiënische en beschermde maatregelen ontbreken. Het risicoverhogende gedrag van de werkgever zou dan direct moeten kunnen worden beëindigd, zo is de gedachte.

Het zal afwachten zijn of de corona-spoedwet in deze vorm uiteindelijk wordt aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. Een eerder concept van de corona-spoedwet kreeg zoals bekend een storm van kritiek over zich heen. De behandeling van deze nieuwe versie van de corona-spoedwet staat bij de Tweede Kamer gepland op 9 en 10 september 2020.    

Vragen of opmerkingen?

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van dit bericht? Heeft u als werkgever bijvoorbeeld zelf te maken met een inspectie of handhavingsbesluit van de Inspectie SZW? Neem dan contact op met Richard van Oevelen.