Marie-Chantal van Oss Marie-Chantal van Oss

Van werkgevers wordt tegenwoordig meer dan vroeger verwacht dat zij investeren in scholing van hun werknemers. Aan deze scholing kunnen echter hoge kosten verbonden zijn. Vertrekt de werknemer tijdens of kort na een opleiding/cursus/studie bij zijn werkgever dan heeft de werkgever voor niets geïnvesteerd. Een studiekostenbeding kan hier een uitkomst bieden.

Een studiekostenbeding is een beding waarin de werknemer wordt verplicht om kosten die de werkgever voor zijn rekening heeft genomen  voor een opleiding/cursus/studie voor de werknemer terug te betalen als de werknemer uit dienst gaat.

Rechters kijken kritisch naar de inhoud van zo’n beding. Uit de rechtspraak volgt dat getoetst wordt of:

  • het beding schriftelijk is overeengekomen;
  • duidelijk is om welke opleiding en welk bedrag het gaat;
  • het beding de periode benoemt waarin de werkgever baat heeft van de door de werknemer opgedane kennis;
  • de hoogte van de terugbetalingsverplichting vermindert tijdens het verloop van die periode (de zogenaamde glijdende schaal); 
  • de gevolgen van de regeling duidelijk aan de werknemer zijn uitgelegd.
  • het in strijd is met de redelijkheid/billijkheid of goed werkgeverschap om de werknemer (volledig) aan het beding te houden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de werkgever het initiatief tot het einde van de dienstbetrekking heeft genomen.

Houdt u zich aan deze regels dan is het doorgaans mogelijk de studiekosten bij het einde van het dienstverband (deels) terug te vorderen.

Op basis van deze uitgangspunten wekt het geen verbazing dat de werkgever zich in onderstaande kwestie niet op het beding kon beroepen. Een werkgever die een studiekostenbeding was overeengekomen met een werknemer verzocht vanwege een reorganisatie een ontslagvergunning bij het UWV voor zijn personeelsleden, onder wie de betreffende werknemer. Voordat de ontslagvergunning werd verleend heeft de werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd om bij een andere werkgever in dienst te treden. De Kantonrechter komt tot de conclusie dat hoewel de arbeidsovereenkomst in dit geval is opgezegd door de werknemer deze opzegging in dit specifieke geval gelijk moet worden gesteld met de situatie waarin het initiatief tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst is uitgegaan van de werkgever nu deze voorafgaande aan de opzegging een ontslagvergunning voor de werknemer heeft gevraagd. Terugvordering van de studiekosten is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Heeft u vragen?
Dan kunt u contact opnemen met mr. Marie-Chantal Beliën-van Oss (Marie-Chantal.vanoss@cees.nl, 06 55 376 311) of één van de andere arbeidsrechtspecialisten van Cees Advocaten N.V.