Marie-Chantal van Oss Marie-Chantal van Oss

Afgelopen 1 oktober is een wetsvoorstel ingediend om het advies van een bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend te maken bij de toets op de re-integratie inspanningen door het UWV. Dit moet een einde maken aan de onzekerheid voor werkgevers die, na twee jaar van re-integratie-inspanningen, kunnen worden geconfronteerd met een loonsanctie vanwege een verschil van inzicht tussen de verzekeringsarts van het UWV en de bedrijfsarts.

Hoe werkt de RIV-toets nu?

Tijdens de eerste twee ziektejaren moet de werkgever (een deel van) het loon van de werknemer doorbetalen en moet de werkgever de werknemer laten re-integreren. Hierbij volgt de werkgever doorgaans adviezen van de bedrijfsarts. Is de werknemer niet hersteld voor het einde van de eerste twee jaar dan zal de werknemer een aanvraag voor een WIA-uitkering indienen. Bij de aanvraag dient een re-integratieverslag (RIV) te worden overlegd. Het UWV beoordeelt aan de hand van dit re-integratieverslag of de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, de zogenaamde RIV-toets.

De verzekeringsarts wordt door de arbeidsdeskundige betrokken bij de RIV-toets als er medische vragen of onduidelijkheden zijn. De betrokkenheid van de verzekeringsarts is nu verplicht, als:

Ook toetst de verzekeringsarts niet alleen de door de bedrijfsarts vastgestelde belastbaarheid, maar ook de door de bedrijfsarts geboden sociaal-medische begeleiding.  Als de verzekeringsarts tot een ander oordeel komt dan de bedrijfsarts, is het oordeel van de verzekeringsarts leidend.

Wanneer de werkgever zich volledig naar het advies van de bedrijfsarts heeft gericht bij het uitvoeren van zijn re-integratieverplichtingen, terwijl de verzekeringsarts daarover later tot een ander oordeel komt dan de bedrijfsarts, dan zal het UWV concluderen dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. De werkgever krijgt dan een loonsanctie opgelegd.

Een loonsanctie komt neer op maximaal één extra jaar loondoorbetaling. Gedurende deze verlengde periode moet opnieuw worden geprobeerd om de werknemer weer aan het werk te krijgen.

Op dit moment wordt twaalf procent van de loonsancties veroorzaakt door een verschil van inzicht tussen de verzekeringsarts van het UWV en de bedrijfsarts.

Wetsvoorstel en memorie van toelichting RIV-toets UWV door arbeidsdeskundigen

Werkgevers ervaren onzekerheid doordat zij niet zonder meer kunnen afgaan op het advies van de bedrijfsarts en na twee jaar toch met een loonsanctie geconfronteerd kunnen worden.

Om werkgevers hierin tegemoet te komen stelt minister Koolmees voor om het oordeel van de bedrijfsarts leidend te laten zijn bij de RIV-toets door de arbeidsdeskundige van het UVW. De verzekeringsarts wordt daarbij niet meer betrokken. De RIV-toets wordt dus nog enkel door een arbeidsdeskundige van UWV uitgevoerd. Die beoordeelt of de werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben gepleegd naar aanleiding van de adviezen van de bedrijfsarts. Dit heeft tot gevolg dat als de werkgever in lijn handelt met het advies van de bedrijfsarts, hij op dit punt niet langer het risico loopt een loonsanctie opgelegd te krijgen.

Het wetsvoorstel van minister Koolmees is op 1 oktober 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden en gestreefd wordt om het met ingang van 21 september 2021 te laten ingaan.

Heeft u vragen over re-integratieverplichtingen? Neem dan contact op met mr. Marie-Chantal Beliën-van Oss of één van onze andere arbeidsrecht specialisten.